Nightwriters: The Act of Writing

Auteurs Foto en film Boekingen Workshops Wannabe a writer Nieuwsbrief Agenda Contact
5 minutes of fame
open podium
six word story
Workshops
Print
Over uren
De kleurig verlichte reclameposter mag zich een vreemdeling noemen in deze sepiabruine wereld, toonbaar gemaakt door dood, geel natriumlicht. De lantaarnpalen, metalen armen die wanhopig en blind naar het zonlicht graaien, lijken hun eigen productie haast van zich af te gooien, wat voor deze pure energie niets overlaat dan elke voorbijganger het idee te geven dat hij kleurenblind is geworden. Ik rij door een zwembad van nacht, vol van de geur van slapend leven en zelfs in mijn woonwijk wordt ik enkel vergezeld door het tikken van mijn fiets en de echo van mijn hoesten. Zelfs de vrouw die stil staat voor een huis en zich ervan vergewist dat het de hare is, maakt geen enkel geluid. Temidden van deze nachtelijke stilte wordt ik ineens ondergesneeuwd door een buitengewoon machtsgevoel. Ik ben in staat om iedereen wakker te schudden, om iedereen uit de slaap te houden. Ik stel mij een slapende man voor, strenggelovig en pas gescheiden. Zijn vrouw krijgt én de voogdij van zijn kinderen én de alimentatie en dit alles in zeer korte tijd bezorgt hem zoveel stress, onmacht en verdriet dat hij zichzelf in een maniakale verwoestingbui verliest bij de printmachine op zijn werk. Een collega die hem tot rust probeert te brengen wordt bedreigd met de doodslag, met een vrij belangrijk onderdeel van het 100 kilo zware drukapparaat uitgevoerd. De dag erna ziet hij een kartonnen doos op zijn bureau staan. Vol moeilijke en onprettige gedachtes viel zijn hoofd vanavond op een kussen, ergens in de huizen waar ik nu voorbij fiets. Met genoeg lawaai wek ik hem. Er is dan een reële kans dat hij denkt: ‘Een God die mij niet eens een goede nacht slaap gunt, kan niet bestaan,’ waarop ik hem het enige heb ontnomen wat die God van hem nog niet had weggegrist: zijn religie.
Een ander staat op in de wereld, die binnen mijn gedachten bestaat: het is een man, in de lente van zijn leven en een praktisch rijexamen dat voor morgen gepland staat. Hoewel hij stijf van de zenuwen staat heeft hij zijn ogen toch dicht weten te krijgen vannacht, tot ik voorbij kom en mijn gruwelijke daad verricht. Eenmaal opnieuw wakker geschud komt hij niet meer terug in die staat van onbewuste rust. Zijn lichaam lijkt daar pas weer behoefte aan te hebben zodra hij in de lesauto stapt en zo half bewust van zijn omgeving rijdt hij een jong meisje aan. Hoewel het meisje het overleeft, kan de jongen het zichzelf niet vergeven. De gebeurtenis heeft ervoor gezorgd, dat hij nooit meer achter het stuur durft te gaan zitten van welk voertuig dan ook, en hij had al niet zo’n bijster veerkrachtige ruggengraat. Maar de geschiedenis van het meisje is nog veel vervelender: het was een absoluut wunderkind. Negen jaar oud en ze speelt Liszt al vloeiend, wint het ene concours na het andere, recensenten noemen haar het meestbelovende jonge talent van de eenentwintigste eeuw. Haar kleine vingertjes zijn zo soepel en ze bewegen zo elegant over de toetsen, dat het lijkt of er van haar geboorte af al geen botten in zijn gegroeid. Dan komt plotseling het auto-ongeluk. Ze komt met haar arm onder een wiel terecht. In het ziekenhuis stellen ze vast dat die arm onherroepelijk verloren is. Hij wordt geamputeerd, nog voordat het meisje bij is gekomen uit haar onbewustzijn. Als ze wakker wordt in het ziekenhuis, überhaupt al kinderlijk verbaasd dat ze zich daar bevindt, kijkt ze naar links en begint te gillen.
De mogelijkheid om dit alles te veroorzaken ligt bij mij. Ik kan geluk liquideren. Verdriet en weemoed scheppen. Als ik het wil, wordt alles omvergegooid. Op het moment heb ik dus niet alleen de touwtjes van de slaap in mijn handen, maar ook bezit ik het onontwijkbare lot. Mijn moment is een ontzaglijk klein onderdeel van de hele geschiedenis van alle mensen in elke tijd op elke plek mogelijk, maar toch is dat kleine momentje van mij. En ik doe er niks mee. Ik fiets verder, wek niemand uit zijn slaap, want zo ben ik niet opgevoed. De gedachte dat ik de mogelijkheid heb om mijn macht uit te oefenen en de gedachte dat ik dat vervolgens niet doe zijn bevredigend genoeg voor mij. Dus ik zwijg. Dag meneer, hopelijk wordt u de nieuwe Jezus. Dag jongeman, hopelijk wordt je de nieuwe Schumacher. Dag meisje, hopelijk wordt je de nieuwe Soerjadi. Jullie alledrie, blijf niet te lang hangen in deze nacht maar ren verder naar morgen, want na die s-bocht hier wacht er misschien een prachtig moment, een dag, misschien zelfs een jaar of een heel leven op jullie. Er is een kans dat het lot jullie met een grote lach op beide wangen kust, maar deze kans is jullie door mij geschonken en dat moeten jullie nooit vergeten. Ik was genadig en verwacht niets minder dan jullie diepste eerbied als jullie mij tegenkomen, op de dag dat morgen eindelijk vandaag wordt. En hoewel ik weet dat het vreemd klinkt lijkt het, voelt het, alsof zij me begrepen hebben. Het gaat zelfs zover dat ik ze in gedachten – het medium waarin ik zojuist ook mijn kleine toespraak hield – instemmend zie knikken.
En met dat knikken lijkt alsof de magische oppervlaktespanning van een enorme zeepbel om me heen wordt opgegeven en haar glazen muur zich snel kleiner maakt, om tot bijna niets te verdwijnen. De schok dwingt mij af te stappen. Ze knikken, bewegen hun domme, logge hoofden op en neer, op en neer, op en neer. Ze bevestigen iets wat ze helemaal niet horen te bevestigen. Waar blijven de boze stemmen? Wie roept mij op het matje voor deze groteske onzin? Waarom vraagt niemand aan mij waar ik überhaupt het gore lef vandaan haal, om er zelfs maar aan te denken om hun toekomst in gevaar te brengen? Iedereen laat mij toe, om hun verdere leven te bepalen! Niemand houdt die macht verontwaardigd bij zich! IEDEREEN KNIKT!
Oh god, iedereen knikt. Zoals die zeepbel is verdwenen, zo zijn mijn vreugde en trots nu ook verdwenen, en zo ook sijpelt mijn laatste beetje zeggenschap weg. Het komt nooit meer goed.
Mijn natuurlijke reactie is om hier onmiddellijk tegenin te gaan. Nee, natuurlijk komt het wel goed. Het is maar je fantasie, het is niet echt. Het maakt niet uit. Morgen is er gewoon weer een dag en het is maar je fantasie, het is niet echt. Ik worstel mijzelf weer op mijn fiets (was ik er vanaf gestapt?) en rij het laatste deel naar huis. Het is maar je fantasie, het is niet echt. Hoe vaker ik het zeg, des te zekerder weet ik dat ik lieg. Het is maar je fantasie, het is niet echt. Het is echt. Ik droomde niet, het was echt. Ik zei hen dat ze mij dankbaar moesten zijn voor mijn uitstekende opvoeding en ze knikten. Ze bevestigden mijn dramatiek. In mijn gedachten knikken de mensen weer begrijpend als ik de sleutel in het slot steek, de deur openmaak en de drempel overstap. Ik doe de deur dicht.
Ykwinno Hensen

Naar boven
Nightwriters hall of fame
3FM serious request Hyves Revu Timm&Pimm