|
|
 |
|
|
 |
 |
|
 |
 |
Wannabe a writer / hall of fame / Leonie Veraar |
|
Met een vuistslag drukt hij zijn harten en schoppen vrouw op tafel. Zijn ogen stralen macht uit, of is het lust? Ik ken het verschil niet, maar ben voor beiden niet bang. Ik zie de tafel trillen onder het gewicht van drie vrouwen. Hoor het rinkelen van de bierflesjes in de leren buitenrand. Hoor zijn stem die zegt: Vrouwen kosten altijd geld, behalve als ze eindelijk eens wat opleveren. Nog steeds kijk ik hem aan. Ik ben niet bang. Ik ben niet bang. Ik draai mijn azen om. Het is nooit genoeg. Al mijn geld schuif ik naar hem toe.
De wc bril is met zwart tape vastgemaakt aan de bovenrand. Met mijn nagels probeer ik een stukje los te peuteren. Mijn nagels zijn te kort voor de nagels van een vrouw. Een echte vrouw zou überhaupt niet met haar lange roodgelakte nagels aan een stukje nat gepieste tape willen komen. Ze zou zich niet in deze wc begeven, niet in dit leven. Maar nu ik hier toch ben wil ik graag zitten. Al kost het me mijn vingerkoten.
Met zijn glas zwaait hij door de lucht. Bloody Mary on the rocks, baby. Als ik zijn glas wil pakken houd hij het vast. Niet zo vlug, schatje. We willen niet dat er dingen stuk gaan, toch? Met mijn hand nog aan het glas dwalen mijn ogen naar de grond. Het is wachten tot hij er genoeg van heeft.
De Lamborghini Gallardo Nera zoemt zachtjes met me op. Ik hoor het bekende geluid van het zakkende raam, de beginklanken van zijn lievelingsnummer. Mijn lievelingsnummer. Stap in, schatje, het feest is voorbij. Ik richt me op de beschaduwde kleuren in een plasje teer. Nog voor ik het portier kan dichtslaan geeft hij gas.
De bizarre tonen van Ray Manzarek overstemmen mijn: Ok, pap.
|
|
Naar boven
|
|
 |
|
|
|