|
... en tot slot mijn vroegere baas Hans. Aan hem laat ik na mijn lingeriecollectie, bestaande uit talloze stoeipoezenpakjes, remmingen verwijderende behaatjes, strings en boxers, babydolls om in te bijten, lustopwekkende satijnen jurkjes, overspelig mooie bustiers en een groot scala aan jarretels, kousen, bodystockings en andere accessoires voor bandeloos plezier.
Hans, in gedachten zie ik je ogen oplichten terwijl jij de koffer opent. Je kraait opgewonden en een paar druppels kwijl glijden langs je kin. Je graait hebberig tussen al mijn oude speledingetjes en begraaft met een zucht van genot je gezicht in twee overvolle handen fluweelzacht kant, zijde en satijn. Je inhaleert diep, op zoek naar mijn geur. Ik weet dat als mijn notaris dit testament aan je voorleest, jij denkt: hoe heeft ze die spullen in godsnaam kunnen betalen, want zoveel verdiende ze niet. Niet bij mij, in elk geval. Ik was slim Hans, ik ben niet altijd secretaresse gebleven. Wist je trouwens dat secretaresse letterlijk betekent: zij die veel onbetaalde overuren maakt? Of je moet ongewenste intimiteiten als salaris zien. Je weet wel, van die kneepjes in het voorbijgaan, iets te schunnige opmerkingen of de rechttoe-rechtaan benadering: de hand van je baas op je knie en hem horen zeggen dat hij een vrij huwelijk heeft. Ieder ander had mij kippenvel bezorgd (denk aan de Noordpool, in je blootje, tijdens een sneeuwstorm), maar op jou bleef ik nooit lang boos. Je kinderlijke onschuld werkte ontwapenend, als een verzachtende omstandigheid, alsof je daadwerkelijk niet wist wat wel en niet mocht. Jij was de bon-vivant, de goedlachse bourgondiƫr die nooit meer leek te verdienen dan een pets of 'Foei!'. Alles wat jij deed leek een grap, maar soms zijn die niet zo geslaagd. Op een dag ging het mis. Of niet, het is maar net hoe je het bekijkt. Tijdens een directievergadering werd de serene rust in de vergaderzaal wreed verstoord door een kreet, een achterwaartse sprong en een plens koffie over belangrijke documenten. Het was warm, ik droeg een rokje en liep met een volle koffiekan achter jou langs. Ik schrok toen jij uithaalde met je arm om - naar later bleek - iets uit je tas te pakken. Ik gilde, sprong achteruit en de koffie lag overal. Jouw oprecht verbaasde 'Wat doe jij nou?' beantwoordde ik luidkeels met: 'Ik dacht dat je weer aan mijn benen wilde zitten.' Deze voorstelling had je waarschijnlijk liever niet gegeven. Geen grotere domper voor iemand met grijpgrage handen dan een flapuit als prooi. Je hebt me daarna nooit meer met een vinger aangeraakt. Als beloning voor die zelfbeheersing laat ik jou na waar je voordien zo op hebt geaasd: het meest intieme van mij. Ik wens jou in je vrije huwelijk het allerbeste met wat deze erfenis je brengt. En omdat ook ik gevoel voor humor heb, opent op dit moment jouw vrouw de koffer der lusten. Wat denk je? Zou ze al aan iets het passen zijn of is ze nog verdiept in de begeleidende brief; een kopie van dit testament?
|