|
Mijn haar zit het beste als ik het drie dagen niet heb gewassen. Tenzij er de eerste dag een regenbuitje overheen gaat, dan bereikt het al na twee dagen zo'n ideale vorm. Nadeel is wel dat het dan de derde dag in vette spaghettislierten over mijn voorhoofd hangt.
Dat was dus best even stressen.
Stel je voor: je mag optreden in de Panama, tussen allemaal goedgeklede, kek gekapte schrijvers. En dan hangt je haar in vette spaghettislierten over je voorhoofd.
Ik bestudeerde de meerdaagse weerberichten van het KNMI en Meteoconsult en besloot dat de drie-dagen-optie de beste kans bood op succes. Het waren de langste dagen van mijn leven. Paraplu bij de hand, reserveparaplu in de tas, alles lopen of met de tram, want een fiets én een paraplu.
Mijn vriendin vond het lief, al dat getut voor de spiegel. Ze aaide me over mijn wang, haar hand sloop richting mijn haar, maar dat kon ik dus echt niet hebben.
'Weet jij wel hoe vet jouw vingers zijn!' gilde ik.
Dat vond ze niet aardig.
'Wat denk je nou?' zei ze. 'Dat iedereen na afloop zegt: dat verhaaltje was wel leuk, maar dat haar!'
'Ik neem geen risico,' bromde ik.
'Ach, stel je niet zo aan.'
Ik maakte een grap over Plato, de ideeënwereld waarin een blauwdruk van mijn ideale kapsel rondzweeft.
Ze kon er niet om lachen.
'Weet jij wat jij kan doen met jouw 'De Idee Kapsel'?' zei ze dreigend.
'Túúrlijk, schat,' antwoordde ik, ineens volledig in beslag genomen door mijn spiegelbeeld in het raam achter haar. Mijn kapsel neigde al richting dat licht krullende ideaal en nu ik toch keek - dat zwarte overhemd dat ik vanmorgen achterin de kast had gevonden, stond me eigenlijk erg goed, als ik het nu in de wasmachine gooide, kon ik het vanavond nog strijken - ik was zo gefascineerd dat ik mijn vriendin niet zag wegbenen, de kraan niet hoorde lopen, ik merkte pas wat ze van plan was toen ze voor me stond, de klotsende maatbeker in de aanslag.
|